| Ineke Van Dyck...



Ik denk dat ik gewoon voorbestemd was om mineralen te verzamelen. Als kind struikelde ik vaak over van alles en nog wat, steevast met een kapotte knie tot gevolg. Door mijn natuurlijke aanleg tot vallen, tuurde ik steeds naar de grond, om eventuele obstakels te vermijden en ontwikkelde zo een oog voor stenen. Ik moet zo’n jaar of tien geweest zijn toen ik tijdens een wandeling met mijn ouders in La Roche mijn eerste steen opraapte, een stuk marmer, dat tot op heden nog steeds in mijn collectie zit. Het vervolg kwam enkele jaren later, toen ik op twaalfjarige leeftijd met mijn ouders en vrienden op wandel was in Lagorce (in de Ardèche in Frankrijk). Op weg naar een kapelletje, boven op een heuveltop, raakten we de weg kwijt en eindigden in het stekelige struikgewas. Moe van het geklauter gingen we even zitten, de plek waar we waren lag vol grote grijze stenen met ronde gaten erin. Ik draaide een kleine steen om en zag iets blinken. Ik was gefascineerd en nam hem mee, hoewel ik niet wist wat het was.
De daaropvolgende jaren raapte ik nog regelmatig een steentje op, vond ook enkele fossielen en kocht mezelf een klein stukje witte koraal. De echte start van mijn collectie kwam er in 1976 toen Jules Van Mengsel, een collega van mijn vader, langskwam met een doos vol mineralen nadat mijn vader hem verteld had dat ik “steentjes verzamelde". Hij vertelde me dat mijn eerste zelf gevonden mineraal een calciet was. De stukjes die hij meebracht, waren voor mij ware schatten. Jules was lid van de MKA en kort na zijn bezoek bij ons thuis was het Minerant. Ik ging erheen en keek mijn ogen uit. Vanaf dan had ik de mineralenkoorts pas echt goed te pakken. Wat later leerde ik via een schoolvriendin Henri en Claire Dewilde kennen, zij waren ook lid van de MKA en hadden een fantastische collectie (die dat jaar ook gedeeltelijk werd tentoongesteld in de “Boerentoren” in Antwerpen). Via Claire ben ik aan heel wat mooie kwartsen geraakt, en ook mijn eerste zeolieten heb ik bij haar gekocht. Claire nam me ook mee naar verschillende mineralenbeurzen en in ruil voor wat hulp bij de verkoop van haar mineralen, gaf ze me een procentje en mocht ik de stukken die ik mooi vond opzij laten zetten tot ik genoeg geld had om ze te kopen. Ondertussen werden de schabben in mijn kamer thuis te klein voor al mijn mineralen en besefte ik dat ik een keuze zou moeten maken in wat ik zou gaan verzamelen. Na inspectie van mijn toenmalige collectie besloot ik dat het kwartsmineralen (niet duur, niet zeldzaam en te verkrijgen in alle vormen en kleuren) en zeolieten (een groep van toen meer dan 30 en ondertussen meer dan 60! mineralen met vindplaatsen wereldwijd) zouden worden.
Achteraf bleken de zeolieten ook wetenschappelijk gezien een zeer interessante groep mineralen om te verzamelen. Dat ontdekte ik toen ik in 1987 als secretaresse aan de slag ging bij het toenmalige BRC (in 2006 opgegaan in de groep Petroplus) in de Antwerpse haven. Zeolieten (zowel natuurlijke als synthetische) worden namelijk zowat overal in de industrie gebruikt en kennen vanwege hun scheikundige samenstelling zeer uiteenlopende toepassingen, gaande van katalysator bij het raffineren van aardolie (o.a. tot huisbrandolie, benzine en diesel) tot milieuvriendelijke meststoffen voor de landbouw, het neutraliseren van radioactiviteit (op grote schaal toegepast na de ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl) bestanddeel van waspoeder (de schadelijke fosfaten zijn vervangen door o.m. milieuvriendelijke zeolieten) en uw kopje koffie toe (daar zitten geen zeolieten in, maar ze worden wel gebruikt om de koffie te drogen en te branden). Daar worden niet de mooie kristallen voor gebruikt die ik verzamel (oef!), maar wel reusachtige natuurlijke afzettingen van sedimentgesteenten en synthetisch aangemaakte variëteiten. Voor de ontwikkeling van deze laatste wordt in de industrie en universiteiten op grote schaal onderzoek verricht. Het is trouwens al gebeurd dat men een synthetische zeoliet aanmaakte waarvan later pas de natuurlijke variant werd ontdekt (synthetische “zeoliet-L” b.v. werd pas 30 jaar later in de natuur ontdekt en kreeg de naam Perlialiet).
Het vinden van informatie over natuurlijke zeolieten was lange tijd erg lastig, want er werden weinig artikels over gepubliceerd. Gelukkig kon ik terugvallen op de zeer uitgebreide bibliotheek van de MKA Maar mijn collectie nam pas écht een vlucht bij de opkomst van het internet. Sinds dan heb ik boeiende contacten met verzamelaars van over de hele wereld (die me ondertussen “Ina Zeolites” gedoopt hebben), waardoor zowel mijn verzameling (via aankoop en ruil) als mijn kennis van mineralen (via prachtige websites zoals o.a. deze waarop u nu surft www.minerant.org en ook www.mindat.org) danig zijn uitgebreid.
Ondertussen heb ik meer dan 1000 stuks verzameld, in grootte variërend van een ankerriet van 10 kg! Van Stolzembourg in het G.H. Luxemburg (als beginnend verzamelaar gekregen van een exposant die het stuk niet verkocht kreeg en het beu was om ermee rond te zeulen) tot microscopisch klein Belgisch! Goud uit de Amblève. Van deze laatste heb ik naast een foto op ware grootte (als u goed kijkt kan u in het kleine doosje dat ik in mijn hand hou in het midden enkele gouden puntjes zien) ook een foto met mijn microscoop gemaakt (vergroting x45). Tussen de lijm (om het goud niet te verliezen), ziet u drie miniatuur goudklompjes die enkele jeugdleden van de MKA in 1982 met engelengeduld uit de Goldbach (toepasselijke naam!) Faymonville (massief van Stavelot) hebben gevist (zie ook Geonieuws 7de jaargang nr. 5, mei 1982).
Mineralen verzamelen hoeft absoluut niet duur te zijn. Brengt u naast Minerant ook eens een bezoekje aan onze jaarlijkse mini-mineralenbeurs “Schatten op Zolder” in ’s Gravenwezel in de maand oktober (in 2010 reeds aan de 6de editie toe). De exposanten zijn allemaal lid van de MKA en mogen er gratis staan, de bezoekers mogen gratis binnen en hoeven geen lid van de MKA te zijn. Deze minibeurs is de ideale gelegenheid om tussen (de spreekwoordelijke én democratische) pot en pint eens met onze begeesterde clubleden te komen kennismaken. Mineralen worden er geruild tot (bijna) weggegeven dat het een lieve lust is. Wie interesse toont gaat steevast enthousiast én besmet door de mineralenmicrobe naar huis.
Nog even terzijde: fotografie is niet mijn hobby (dat is een specialisatie op zich en er kruipt veel tijd en geduld in die ik er beide niet voor over heb). Bovendien zijn de meeste zeolieten kleurloos tot wit, wat het erg moeilijk maakt om ze te fotograferen. Met de foto’s bij dit artikel tracht ik u toch enkele stukken uit mijn collectie te tonen. Ze zijn gemaakt met een Panasonic Lumix DMC FZ7-toestel (ik heb geen macrolens waardoor ik me noodgedwongen dien te beperken tot de fotografie van de handstukken in mijn collectie) en met een HP PCS 1610-scanner! Die geeft goede resultaten met vlakke, gepolijste stukken zoals de agaat uit Idar Oberstein en de luipaardjaspis. Met mijn fototoestel kan ik ook door mijn microscoop fotograferen (vergroting 10x tot 45x). Om een mooiere diepte in deze foto’s te kunnen weergeven, maak ik soms gebruik van het programma Combine-Z om een combinatiefoto samen te stellen (i.e. verschillende foto’s nemen met verschillende scherptediepte en deze dan softwarematig over elkaar leggen ofte "stacken" waarna de software er een nieuw beeld van maakt dat in zijn geheel scherp is). Voor mooiere (juweeltjes van) foto’s neemt u best een kijkje bij mijn collega-verzamelaars op de site. Voor mij is het bereikte resultaat echter al een revolutie, 10 jaar geleden moest ik beroep doen op iemand met kennis van fotografie en sneuvelden er ettelijke rolletjes film alvorens er een mooie foto tevoorschijn kwam. Nu kan ik met mijn digitaal toestel zelf foto’s naar hartelust nemen en meteen zien of het resultaat ermee doorkan of niet. Daarna bewerk ik ze eventueel nog met gratis fotobewerkingsprogramma’s zoals Picasa (van Google) en IrfanView. Dat ik ooit een microscoop zou bezitten met een derde tube waardoor ik foto’s kon nemen, had ik nooit durven dromen. Die droom is vorig jaar uitgekomen. Sindsdien herontdek ik alle micromounts in mijn collectie. Eén ding is zeker, ik zal nooit op mineralen uitgekeken raken.
Ineke, zeolieten@minerant.org






|