Tip van de maand
nuttige wenken en practische tips voor de mineralenverzamelaar


tip 6: microchemie deel 2; ijzer aantonen
een tip van Paul Mestrom

resultaat test 1 resultaat test 2


Tip 6: microchemie deel 2: ijzer aantonen

Veel mineralen bevatten ijzer. Eigenlijk een slordige of beter gezegd foute formulering, maar ach….
Het ijzer in mineralen is meestal aanwezig als ionen Fe2+ of Fe3+.
Zuiver ijzer (dus ongeladen Fe) kom je eigenlijk alleen tegen in meteorieten.

Wil je weten of een mineraal ijzer bevat, dan zijn daar verschillende testen voor.
Ik bespreek hier twee eenvoudige. Voorwaarde voor beide is dat het mineraal op zijn minst een beetje kan oplossen in water of zoutzuur. Veel ijzermineralen doen dat, maar veel ook niet of bijna niet. Tot die laatste groep horen (door hun stevige rooster) veel silicaten, magnetiet en hematiet. Die laatste twee moeten heel erg fijn gemalen worden om in voldoende mate op te lossen.
Voor de foto’s in deze tip werd goethiet gebruikt.

1  De KSCN-test
De test die ik het meest gebruik is die met de stof met formule KSCN. Als naam voor deze stof kom je kaliumthiocyanaat, kaliumrhodanide en kaliumsulfocyanide tegen.
Een oplossing hiervan bevat ionen SCN-  die gemakkelijk reageren met Fe3+ tot een prachtig rood complex:        Fe3+ + SCN- -> FeSCN2+
Voor de analyse van je steen moet je die dus eerst oplossen.
In heel veel gevallen (bv goethiet) lukt dat, zeker als je het mineraal eerst fijnmaalt,  heel goed met zoutzuur.

De procedure ziet er dan dus als volgt uit:

  • Neem een korreltje (1 mm is meestal meer dan groot genoeg!) van het te onderzoeken mineraal.
  • Maal de korrel fijn (in een vijzel).
  • Breng een beetje van het poeder  op een microscopeerglaasje (bv op de houder die in tip 3 beschreven werd).
  • Voeg een druppel zoutzuur (3%) toe.
  • Wacht tot een deel van het poeder opgelost is. Het oplossen kan eventueel versneld worden door het glaasje voorzichtig boven een gasvlam te verwarmen.
  • Leg een druppel KSCN-oplossing naast de ijzerhoudende druppel en verbind te twee met een dun staafje van glas of plastic.

Als ijzer aanwezig is kleurt de oplossing rood.
Die kleuring zie je het best als je microscopeerglaasje op een witte ondergrond ligt.

Mineralen met Fe2+ in plaats van Fe3+ reageren meestal ook positief in deze test. De kleur is dan meestal minder rood.
Dat ze positief reageren is het gevolg van het feit dat Fe2+ heel gemakkelijk geoxideerd wordt tot Fe3+. In veel mineralen met Fe2+ gebeurt dat al gedeeltelijk in de natuur. Daaraan heeft vivianiet zijn blauwe kleur te danken! In deze test is de zuurstof uit de lucht meestal al voldoende om een deel van het aanwezige Fe2+  om te zetten in Fe3+.

2  De test met geel bloedloogzout
Geel bloedloogzout is K4Fe(CN)6. Dit zout reageert heel gemakkelijk met Fe3+ tot het intens blauw gekleurde KFeFe(CN)6.
Voor de analyse kun je de hierboven beschreven methode gebruiken met een oplossing van geel bloedloogzout in plaats van een oplossing van KSCN.
Als Fe3+ aanwezig is ontstaat nu een blauwe kleur.
Nadeel van de methode met geel bloedloogzout is dat veel andere metaalionen voor storende nevenreacties kunnen zorgen, waardoor een andere dan de gewenste kleur ontstaat.

Tot slot:
Zoals gewoonlijk geldt ook nu:
Voor je onbekende stukken gaat testen en conclusies trekt uit je waarnemingen is het verstandig (eigenlijk noodzakelijk) eerst te testen met materiaal waarvan je zeker weet wat het is. Dan kun je je waarnemingen bij het onbekende mineraal daarmee vergelijken.

vijzel met monster  

Mijn vijzel kocht ik ooit voor €5,- op een mineralenbeurs!

Onder de microscoop ziet het er zo uit:

voor de reactie goethiet in zoutzuur
resltaat test 1 resultaat test 2