Tip van de maand
nuttige wenken en practische tips voor de mineralenverzamelaar


Tip 19: vindplaatsen vinden
deel 2: Mindat

een tip van Paul Mestrom



In de eerste tip uit de serie “vindplaatsen vinden” liet ik me niet erg positief uit over Mindat. De reden daarvoor was heel eenvoudig: heel veel vindplaatsen die op Mindat beschreven staan, zijn gesloten, bestaan helemaal niet meer, zijn verboden toegang of kunnen om andere redenen niet meer bezocht worden.
Toch biedt Mindat best wel mogelijkheden voor het vinden van aardige vindplaatsen.

Om dit te illustreren het volgende verhaal:
In 2012 waren de omstandigheden in het Binndal op het moment dat mijn zwager Theo en ik daarheen wilden heel beroerd. Daarom weken we weer eens uit naar Montmins. Net als in 2008 hadden we een week de tijd om te zoeken en dat was voor alleen Montmins nog steeds erg royaal. Daarom hadden we, net als toen, weer op Mindat gezocht naar vindplaatsen in de regio. Deze keer deden we het beter!

De eerste zoekopdracht bij “locality” was “Auvergne”. Dat leverde 947 vindplaatsen op! Een tikkeltje te veel dus. Met een kaart van Frankrijk waar alle departementen op staan, konden we het gebied waar we eventueel wel wilden gaan zoeken aanzienlijk inperken. We kozen voor “Allier, Auvergne” (waar ook Montmins in ligt) en “Puy-de-Dôme”. Dat leverde twee veel beperktere lijsten met 82 en 280 vindplaatsen op.
Als je zo te werk gaat, vind je bij die lijsten ook meteen een kaart met de vindplaatsen. Door in te zoomen kun je zien waar welke vindplaats ligt.
Dan begint het “echte” werk: alle geselecteerde vindplaatsen een voor een bekijken.

Bij de lijst van Puy-de-Dôme staat als eerste “Vensat”. Klikken brengt je bij de mineraallijst, foto’s van daar gevonden mineralen en als belangrijkste: informatie over de vindplaats. In dit geval: Active quarry in Visean rhyodacitic tuffs, located about 2.5 km West of the village of Vensat. Het gaat dus om een groeve die nog in bedrijf is. Of deze informatie actueel is en of je toestemming kunt krijgen om er te zoeken, is niet zeker, maar het biedt mogelijkheden. De mooie fluoriet van deze vindplaats maakt het wellicht de moeite van het proberen waard. Zelf heb ik deze vindplaats (nog) niet bezocht.

Als derde staat op de lijst “Le Poyet”. Daar op klikken levert een magere mineraallijst, geen foto’s en geen beschrijving op. Weinig kans op succes dus. Dergelijke plaatsen staan er veel in de lijst en die kun je dus snel schrappen.

Bij de vindplaats “Apcher” staat: Two quartz veins in argilized and mylonitized leptynitic gneisses with biotite-rich microgranite vein. Located under and South of Apcher hamlet, on left bank of Apcher brook, 150 meters downstream of the confluence with La Ravelle brook.
Je moet dus ergens langs een beek gaan zoeken naar kwartsaders die waarschijnlijk al lang weer overwoekerd zijn. Wat mij betreft: kansloze missie, ook schrappen dus.

Bij “Tennis court outcrop, Murol” vind je een beperkte lijst met mineralen, maar wel met heel mooie, uitnodigende mineraal-foto’s. Ze stammen uit de jaren 2010-2012. Combineer dat met het feit dat het wel eens zou kunnen gaan om een laag lava die bloot kwam te liggen bij de aanleg van deze tennisbaan, dan is de kans groot dat hier niet veel meer te vinden is.

Zo zoekend kwamen we ook terecht bij “Bussiole quarry”: Bussiole quarry, Saint-Jean-des-Ollières, Saint-Dier-d'Auvergne, Puy-de-Dôme, Auvergne, France.
We werden enthousiast over deze plaats door de combinatie van een mineraal-lijst met aardig wat zeolieten en de tekst: Active basalt quarry on top of Puy de Bussiole. Very compact basalt with large vugs filled with zeolites and often surrounded by an alteration rind. Some of the vugs still contain hydrothermal fluids.
Dit was dan ook de groeve waar we op een ochtend naar toe reden.
Het dorp Saint-Jean-des-Ollières was snel gevonden, maar van een groeve was geen spoor te bekennen. Daarom parkeerden we in het dorp in de hoop iemand te vinden die ons de weg kon wijzen. Toevallig was er in het dorp een soort markt en vlak bij de kerk stond een stalletje met eten en drinken. Daar moesten, dacht ik, “locals” te vinden zijn. Dat klopte en zo kregen we snel de informatie die we nodig hadden, zij het op een ietwat vreemde manier. Eerst moesten we naar een Mariabeeld boven op een berg in de buurt. Van daar hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving, inclusief de groeve (die overigens Busséol heet en niet, zoals Mindat vermeldt, Bussiol). Zo konden we precies zien waar recent gewerkt was en waar dus onze kansen het best waren. Bij de ingang van de groeve vonden we een gesloten poort met een voetpaadje ernaast. Een bord verboden toegang zagen we niet en dus wandelden we vrolijk naar binnen. Een paar uur later wandelden we zo mogelijk nog vrolijker weer naar buiten, elk met een rugzak vol mooie zeolieten en calcieten. Een van de gevonden stukken, met natroliet-kristallen tot 0,8 mm dik, zie je hieronder.