Mineraaltje met een verhaaltje



Epidoot, 1 mm “moorkop”, Chummibort, Binntal, Wallis, Zwitserland
Foto en verhaal Paul Mestrom

Moorkop-epidoot

Als verzamelaars van mineralen de term moorkop horen, dan denken ze meestal meteen aan toermalijn. Het gaat dan om lichtgekleurde toermalijn, vaak elbaiet, met een donkere top. Met name San Piero in Campo op Elba, Italië is hierom bekend. Een heel fraai voorbeeld vind je op Mindat. Dat deze speciale verschijningsvorm ook bij andere mineralen voorkomt wist ik niet tot . . .

In augustus 2011 was ik weer eens met mijn zwager Theo in Binn.
De weersomstandigheden waren redelijk, maar de eerste dagen niet goed genoeg om met een tentje omhoog te gaan naar een vindplaats als de Wannigletsjer. Daarom besloten we maar weer eens naar Chummibort te gaan. De auto werd, zoals gebruikelijk, geparkeerd bij Heiligkreuz. Van daar naar het stuwmeer van Chummibort is een klim van 650 meter. Nog geen twee uur later stonden we daar al. Onze conditie was kennelijk best goed voor 60-plussers. Van het stuwmeer is het verder vrij vlak tot de puinhellingen achter in het dal:



In het verse puin beproefden we ons geluk en aan het eind van de middag waren we heel tevreden. In mijn rugzak zat in elk geval mooie toermalijn, adulaar, kwarts, hematiet, rutiel, epidoot, apatiet en (de vondst van de dag, dachten we) een grote titaniet. De terugweg verliep ook probleemloos, zodat we bijna 11 uur na ons vertrek en met in totaal 960 hoogtemeters in de benen op de camping aan ons welverdiende biertje zaten.

Dat deze expeditie nog een vervelend staartje zou krijgen wisten we toen nog niet. Je kunt daarover meer lezen in Geonieuws 42(3), maart 201: Gibelsbach 2011: het verhaal van een stom ongeluk.

Weer thuis in Nederland onderzocht ik de vondsten verder. Op een stuk met adulaar, muscoviet en chloriet zaten aardige epidootkristallen. Ze waren mooi geelgroen en waterhelder. Een paar zagen er echter anders uit: ze hadden een donkere top. Daarmee deden ze me denken aan de fameuze moorkop-toermalijnen van Elba. Het onderzochte stuk leverde uiteindelijk een viertal micro’s op met elk één of meer van deze opmerkelijke kristallen. Het mooiste exemplaar zie je op de foto hierboven.

Natuurlijk hoopte ik meer van dergelijke kristallen te ontdekken in de rest van het materiaal dat we van Chummibort meegenomen hadden, maar helaas, niets. Ook in latere jaren meegebracht epidoothoudend materiaal leverde geen moorkoppen meer op. Het was dus een bijzondere vondst.


Aan het werk in Chummibort:

PS
Omdat ik een beetje bang was dat het woord “moorkop” even controversieel zou kunnen zijn als Zwarte Piet, ben ik gaan zoeken naar de oorsprong van het woord “moors”. De Moren waren arabieren en bepaald niet zwart. Tussen de vele verklaringen van de oorsprong van het woord “moors” vond ik ook dat het afgeleid zou zijn van het Griekse μαυρος (mauros), dat zoiets als zwart of donker betekent. Daar hou ik het maar op, zeker ook omdat μαυρο (mauro) uit het moderne Grieks ook zwart betekent.