|
fotografie van fluorescerende
mineralen
tips en trucs
Axel Emmermann
Deze bijdrage is bedoeld als steuntje
in de rug voor diegenen die de pracht van fluorescerende
mineralen willen vastleggen op foto of dia. Ik heb niet
de pretentie om u te willen leren fotograferen. Immers,
als uw vakantiekiekjes gelukt zijn bent u waarschijnlijk
een beter fotograaf dan ik. De bedoeling is hier mijn
ervaring op dit gebied te delen en u te helpen de valkuilen
te omzeilen.
Hier komt alvast tip nummer een : als u geen geduld
hebt, niet bereid bent er wat geld aan te spenderen
en u beschikt niet over 'Het Grote Lexicon van Vloeken,
Krachttermen en Verwensingen', BEGIN ER DAN NIET AAN.
Tip nummer twee : er zijn ongetwijfeld betere technieken
dan degene die ik hier beschrijf. Gebruik dus uw eigen
inspiratie om te trachten tot nog betere resultaten
te komen.
Tip nummer drie: selecteer zorgvuldig uw onderwerpen.
Net als bij gewone onderwerpen is niet ALLES fotografeerbaar.
Het materiaal
De camera
Er zijn tientallen goede toestellen
van verschillende merken in de handel verkrijgbaar.
Let bij aankoop echter goed op de volgende punten:
Het moet beslist een reflexcamera
zijn. Parallax camera's kan je simpelweg niet gebruiken,
hoe duur en goed ze ook zijn !
Zijn er ook goede lenzen voor het toestel van uw keuze?
Vooral macrolenzen zijn onmisbaar.
U moet beslist een toestel kiezen waarvan je de spiegel
manueel kan omhoog klappen. Dit opklappen van de spiegel,
die zo'n 30 gram weegt, veroorzaakt trillingen in uw
opstelling en gebeurt vlak voor de sluiterbeweging wanneer
u een opname maakt. Wanneer u echter de spiegel nèt
voor de opname manueel kan omhoog klappen, dan kan u
die trilling laten 'relaxeren' vooraleer u de ontspanner
indrukt (enkele seconden volstaan meestal). Sommige
toestellen doen dit automatisch wanneer u de zelfontspanner
gebruikt.
Autofocus is een handicap in de macrofotografie. Koop
een toestel waarvan je zeker weet dat de lenzen manueel
kunnen scherpgesteld worden.
Het is belangrijk dat het toestel een goede lichtmeting
heeft en belichtingstijden tot 4 en liefst 8 seconden
aankan. U gebruikt dit meestal niet voor fluorescentie
fotografie, maar bij gewone macrofotografie is het leuk
om in huis te hebben. U kunt dan ook films met heel
hoge resolutie gebruiken (50 ASA).
De lens
De lenzen zijn het belangrijkste deel
van de opstelling. De lens is het optische hart van
de opstelling en moet beslist van topkwaliteit zijn!
Let op het lichtdoorlatend vermogen van de lens: f2.8
en f3.5 zijn betaalbaar. Alles onder f2.8 is beter maar
verschrikkelijk duur en alles boven f4.5 geeft u onmogelijk
lange belichtingstijden. Let ook op de minimum afstand
waarop je de lens nog kan scherpstellen. Die moet voldoende
kort zijn zodat je ook die stukken kan fotograferen
die net te klein zijn voor een gewone lens en toch te
groot voor een balgopname (stukken van ongeveer 3 à
4 cm). Als je met een lens tot op 20 à 25 cm
van het object kan komen, zit je meer dan goed. Er zijn
ook zoomlenzen van goede kwaliteit die voorzien zijn
van een macrostand. Let wel op bij de aanschaf van zoomlenzen
als je een verticale opstelling gebruikt (je fotografeert
naar beneden met de camera op een vergroter-statief
bvb.) Sommige lenzen kunnen hun eigen gewicht niet dragen
en glijden dan vanzelf naar de maximale zoomstand.
Kijk ook goed na of de lens voldoende
kleine diafragma's aankan. Daarbij is f/16 een strikt
minimum terwijl f/22 zeker beter is. De NIKKOR MICRO
55mm is zelfs van een f/32 voorzien wat steeds foto’
s oplevert met een grote scherptediepte maar niet echt
bruikbaar is bij mineraalfotografie. Vergeet niet dat
de meeste lenzen best presteren in het middengebied
van hun diafragma-mogelijkheden. Een lens die heel kleine
openingen aankan zal dus ook rond diafragma 11 het beste
presteren terwijl een lens die 16 als kleinste opening
heeft maar bij diafragma 5.6 zijn beste prestatie laat
zien.
Het statief
Ook hier is de vuistregel 'goedkoop
is slechte koop'. Kies een stevige driepoot uit. Vermijd
tafelmodellen daar heb je geheid ellende mee! Wie echt
stevig materiaal wil en er ook geld voor over heeft
kan opteren voor een videostatief. Bij deze statieven
zijn de poten onderaan met elkaar verbonden voor extra
stevigheid. Ze zijn ook zwaarder en kunnen hoger ingesteld
worden hetgeen uw rug heel wat minder zal belasten bij
scherpstellen voor moeilijke opnamen. De trillingsvrije
opstelling is hier minder belangrijk dan bij gewone
macro opnamen. De belichtingstijden variëren immers
van een paar seconden tot een paar uur. Wanneer de eerste
seconden van een opname van bv. 20 minuten door een
trilling verstoord worden, merk je dat niet eens aan
de foto. Maar nogmaals: als je goed materiaal hebt,
kun ook gewone macrofotografie gaan doen.
Er is ook wat te zeggen voor het gebruik van een vergroterstatief.
Met een setje reductieschroeven en wat knutselwerk kan
je camera op zulk een statief gemonteerd worden. Ideaal
voor kleinere specimens en doordat de opstelling verticaal
is werkt dit ook héél gemakkelijk qua
kaderen en focussen.
De film
Film geeft altijd een benadering van
de realiteit. Verwacht dus niet het onmogelijke. Zeer
zwak fluorescerende mineralen fotografeer je met een
filmgevoeligheid van 400 ASA. Zeer intens fluorescerende
met een film van 100 of zelfs 50 ASA. Ik heb goede tot
zeer goede resultaten bekomen met FUJI en KODAK (Kodacolor
gold) beide zowel in 200 als 400 ASA.
Fuji heeft echter het grote voordeel van kleurvastheid
bij lange belichtingstijden (reciprocity faillure).
Het zogenaamde “Swartzschild-effect” dat
uw foto’s naar groen of rood laat verkleuren treedt
op wanneer U een film langer belicht dan de tijd waarvoor
hij ontworpen is. Waar de meeste filmmerken hun kleurbalans
kalibreren op een maximale belichtingstijd van 1 à
2 seconden, kan Fuji gemakkelijk één minuut
en meer aan. Met de zwakke lichtomstandigheden die je
bij dit soort fotografie vaak tegenkomt is dat een niet
te versmaden luxe.
Macro materiaal
Een balg, of desnoods tussenringen,
is onontbeerlijk voor het vastleggen van de kleinere
specimens (meestal de mooiste). Kies een balg van hetzelfde
merk als uw camera of kijk goed na of (met een ander
merk) de lensinstellingen wel aan de camera worden doorgegeven
(idem voor tussenringen)!
Een teleconverter kan handig zijn om wat meer afstand
te scheppen tussen harde mineralen en zachte dure lenzen.
Dit hulpstuk gaat wel met de helft van het beschikbare
licht lopen.
Omkeerring
Voor écht kleine onderwerpen
moet je een omkeerring op de balg monteren. Je kan dan
lenzen achterstevoor op die ring schroeven. Met een
20 mm groothoeklens bereik je dan ook spectaculaire
vergrotingen.
Filters
Sommige opnamen onder UV, zijn niet
goed te krijgen zonder filters. Er lekt altijd wat blauw
licht door de UV-transparante filter die het zichtbare
licht van de UV lamp moet tegenhouden. Een geelfilter
kan hier oplossing brengen. Nu zal het gebruik van een
kleurfilter de kleuren van de foto of dia beïnvloeden.
Bij geel of oranje fluorescerende specimens zal je dat
nauwelijks merken maar rood fluorescerende specimens
krijgen een oranje zweem en groene gaan er ook geler
uitzien. Blauw fluorescerende specimens kan je niet
fotograferen met een geelfilter.
Het is belangrijk dat je over een reeks filters beschikt
met aflopende kleurdichtheid. Zo kan je de filter aanpassen
aan het specimen. Glanzende kristalvlakken weerspiegelen
vaak het licht van de UV-lamp zéér sterk.
Hou daar dan ook rekening mee bij het positioneren van
het specimen. Zo kan je vaak het gebruik van geelfilters
beperken.
De donkere kamer
Elke kamer is goed als je ze maar echt
donker kan maken. Echt donker wil zeggen : ga naar binnen
en sluit alles af, als je na tien minuten nòg
niets kan zien is alles in orde. Improviseer een lichtsluis
met een oude deken of gordijn. Op die manier kan je
de kamer verlaten tijdens de opname (korte en zeer zwakke
aanwezigheid van verstrooid licht verstoot de opname
niet). Verwijder uit de kamer zeer zorgvuldig alle sterk
fluorescerende stoffen zoals bv. papier of bedek ze
op afdoende wijze. Langdurig aanwezig strooilicht verknoeit
de best voorbereide opnamen. Rook nooit in de donkere
kamer wanneer u een opname gaat maken. Rook weerkaatst
en verstrooit het licht van uw mineraal en veroorzaakt
een gekleurde sluier op de foto.
Bovendien slaat het teer uit de rook
neer op de lens en gaat fluoresceren met een oranje
waas als gevolg. Houd deze kamer zeer zuiver en zoveel
mogelijk vrij van stof. Stofdeeltjes die op uw specimen
terechtkomen fluoresceren zeer sterk lichtblauw en geven
een massa overbelichte puntjes op de foto. Wanneer u
het afstoft, gebruik dan een stofzuiger in plaats van
een stofdoek. Laat na een poetsbeurt de kamer 3 à
4 uur tot rust komen vooraleer u gaat fotograferen.
Beweeg u rustig tijdens opnamen en tracht zo weinig
mogelijk wind te maken zodat u geen stof doet opwervelen.
De lichtbron
De fotografie van fluorescerende mineralen
verschilt in een opzicht volkomen van de gewone fotografie.
Normale foto's worden belicht met licht dat van het
object weerkaatst wordt. Wij proberen echter objecten
te fotograferen die zelf licht uitzenden. Wij fotograferen
eigenlijk lichtbronnen. Het is dus van belang enkel
licht in onze lens te krijgen die door het object wordt
uitgezonden en al de rest weg te houden van onze film.
Dit kun je alleen bereiken door de juiste UV bronnen
te gebruiken en zeer goede filters te installeren. Die
filters moeten het zichtbare licht tegenhouden dat alle
UV-lampen in zekere mate uitzenden. De beste UV-transparante
filters worden gemaakt door HOYA en je kan ze (uitsluitend)
kopen bij: UV-Systems
via het internet. Eventueel kan je ook het faxnummer
gebruiken dat je op de website vindt.
Er zijn een aantal verschillende UV bronnen : korte
en lange golf (resp. 254.7 en 368 nanometer) zijn de
meest gebruikelijke.
Voor de korte golf gebruiken we een
zogenaamde "germicide"-lamp. Deze TL-lamp
straalt een zwak blauwgroen licht uit dat veel UV bevat
: kijk nooit met het blote oog in deze lampen ! U riskeert
hiermee zeer pijnlijke oogverbranding (lasogen).
Voor opnamen in lange golf UV is het beslist af te raden
de gewone blacklight-lamp met (donkere) Woodsglas mantel
te gebruiken. Deze lampen geven veel te veel zichtbaar
(paars) licht mee aan de opname. U gebruikt veel beter
de HPR125 van PHILIPS. Deze lamp geeft een gerichte
bundel licht dat zeer rijk is aan UV. U moet wel een
Woodsglasfilter voor de lamp bevestigen. De Philips
Cleo “zonnebanklamp” is een betere kandidaat.
Ze geeft zeer veel zichtbaar licht af maar in verhouding
ook méér UV dan de “donkere”
blacklight. Ook de échte blacklights van Sylvania
(kleurcode: BL350) vallen in deze categorie. Je hebt
wel filters nodig voor deze lampen die beide rond 350
nm stralen.
Filters voor lange golf UV zijn gelukkig
véél goedkoper dan voor korte golf. Ze
zijn onmisbaar om de paarse of blauwe kleur weg te filteren.
Het object
Als u alles heeft wat hierboven vermeld
staat en u is er in geslaagd een kamer grondig te verduisteren
en stofvrij te maken, dan kan u op jacht gaan naar specimens.
Wat kan u fotograferen en wat niet ?
De meeste beginners hebben de neiging om gewoon àlle
specimens te fotograferen. Dit heeft weinig zin. Het
fotograferen van fluorescerende mineralen heeft in principe
twéé doelstellingen:
- Het tonen van je verzameling
aan derden via internet of dia’s
- sommige fluorescerende verschijnselen
(insluitingen) kan je niet waarnemen met het blote
oog omdat ze te klein zijn of omdat de iris van het
oog te sterk gaat fluoresceren tijdens de waarneming.
Fotografeer dus enkel de mooiste en/of
interessantste specimens.
Stukken met meer dan een kleur zijn moeilijke objecten.
Indien de kleuren qua helderheid dan ook nog heel sterk
verschillen, wordt het pas echt ingewikkeld. Laat deze
specimens voor wat ze zijn totdat u de nodige ervaring
heeft opgedaan.
Begin met uniform gekleurde en niet te kleine stukken.
Experimenteer met transparant fluorescerende kristallen,
zij geven prachtige resultaten. Bovenal : laat u niet
ontmoedigen ! Als één opname op tien lukt
bij de eerste paar filmrolletjes, heeft u zeer goed
gewerkt !
De opstelling
Het spreekt vanzelf dat zowel camera
als object tijdens de opname stevig vast moeten staan.
De camera op een driepoot en het object op een volkomen
zwart vlak. Een object dat fluoresceert verlicht immers
zijn directe omgeving. Die omgeving willen we echter
zeker niet op de foto ! Daarom gebruikt u als objecttafel
best een houten plankje dat u zwart geverfd heeft. Gebruik
als zwarte verf liefst schoolbordzwart. Deze verf heeft
nagenoeg geen eigen fluorescentie. Wanneer u andere
verven en lakken gebruikt bestaat de kans dat zij op
basis van kunststoffen uitharden.
Deze polymeren laadt u elektrostatisch
op wanneer u er over wrijft. Hoe meer u ze afstoft,
hoe meer stof ze aantrekken. Daarom is schoolbordzwart
de beste oplossing.
Probeer de rand van de tafel buiten
het beeld te houden. Strooilicht is onvermijdelijk en
kan, bij lange belichting, de rand van die tafel mee
op de foto toveren als een ontsierende blauwe streep.
Gebruik desnoods kleine, zwartgeverfde houten blokjes
om uw specimen boven de tafel te plaatsen als u persé
het hele stuk wil fotograferen. Plaats een scherm van
zwart karton of stof op ongeveer 50 cm achter het object
(zie figuur 1). Dit geeft een mooie zwarte achtergrond
zonder dat je met stof moet rekening houden. Platte
stukken kun je plaatsen op een plexiglas standaardje
waarop zwart karton is gekleefd. Opgepast voor stof
als deze standaard in beeld komt !
Originele foto met zwarte achtergrond
Digitaal toegevoegde achtergrond
Gebruik voor micromounts nooit kit
! Uw object zowel als de kit warmen onder de lamp vrij
snel op. Hierdoor wordt de kit week en uw object gaat
van plaats veranderen met een 'bewogen' foto als gevolg.
Het is trouwens altijd een goed idee om de opstelling
een kwartiertje te laten staan met brandende lampen
vòòr u de opname maakt. De ergste effecten
van het opwarmen zijn dan voorbij. Als alternatief voor
kit kunt u een weinig plaaster nemen en deze mengen
met roet. Nèt voor de plaaster hard wordt legt
u er een zeer dunne plastic folie op en drukt u het
mineraal
zachtjes in de folie totdat het rechtop blijft staan.
Let er ook op dat indien u een kristalgroep fotografeert,
de vlakken ervan het UV-licht niet rechtstreeks in de
lens spiegelen. Soms geeft dit verschijnsel mooie effecten
maar meestal ontsieren ze de foto.
De belichting
Het is niet eenvoudig een vuistregel
samen te stellen voor de belichtingstijd van dit soort
opnamen. Je moet er van uitgaan dat elke lens, elke
film, elk object verschillend is. Ik wil dat dan ook
zelfs niet proberen. Wie dat wel gedaan heeft is ene
meneer Gerald DeMenna. Zijn artikel daarover in Rocks
& Minerals 58(4),156 160 (1983) is in de bibliotheek
beschikbaar voor wie er interesse voor heeft. Persoonlijk
bewandel ik liever de weg van de “meetbare grootheden”.
Het probleem is dat je meestal de automatische
lichtmeting van je camera niet kan gebruiken voor dit
soort werk. Het licht van een fluorescerend mineraal
is zelden sterk genoeg om een meting mogelijk te maken.
Hoe bepaal je dan toch een belichtingstijd? Wel, met
volgende truc:
Noot: dit werkt natuurlijk enkel
wanneer je camera volledig handmatig kan worden ingesteld
en wanneer de belichtingsknop over een B-stand (vrije
beliching) beschikt.
Laten we ervan uitgaan dat je een
film van 400 ASA gebruikt en dat uw lens volgende
diafragma-instellingen heeft: 2.8-3.5-5.6-8-11-16-22.
Eerst maak je de camera wijs dat
er een film van 3200 ASA in je toestel steekt. Dat
doe je door de knop voor de filmgevoeligheid op 3200ASA
in te stellen.
Vervolgens maak je de opstelling van specimen en camera
zoals je ze in daglicht zou maken.
Stel, je zou de foto maken met diafragma 8
Zet de lens maximaal open (bvb diafragma 2.4).
Doof nu het licht in de kamer en
ontsteek de UV-lamp. De kans is nu zeer groot dat
de lichtmeter van je camera je een bruikbaar getal
laat zien, bvb 1/8 sec. We noemen dit nu de relatieve
belichtingstijd of Trel. In dit geval is dus Trel
= 1/8 sec
Corrigeer nu voor elke “leugen”
die je de camera wijsmaakte!
Je film is niet 3200 ASA maar slechts 400 ASA. Dat
betekent 400 –1 stap = 800 –2 stappen
=1600 –3 stappen = 3200 dat er 3 stappen te
gevoelig werd ingesteld. We zullen dit aantal gevoeligheidsstappen
“G” noemen. In dit geval: G = 3
Ook je lens ga je een aantal stappen terug sluiten:
2.8 – 3.5 – 5.6 – 8, in totaal dus
3 stappen. We noemen dit getal van de diafragmastappen
“D” en in dit geval is D= 3.
We kunnen nu de minimum belichtingstijd
(Tmin)berekenen voor het specimen in kwestie:
Tmin = Trel * 2(G+D)
In ons voorbeeld wordt dat dus:
Tmin = 1/8 * 2(3+3) =
26/8 = 64/8 = 8 sec.
Voor zeer sterk fluorescerende specimens
zal deze belichtingstijd juist zijn. Vermits de relatie
tussen belichtingsduur en lichtsterkte van het specimen
in realiteit niet helemaal lineair zijn, is het nodig
om een aantal extra opnamen te maken met langere belichtingstijden.
Daartoe neemt u de Tmin als uitgangspunt en verbubbelt
deze voor elke volgende opname. Een goede reeks zou
bvb zijn: 8, 16, 32, 64 seconden. NOTEER in elk geval
voor elke foto de parameters (belichtingstijd, diafragma,
filmgevoeligheid en ook de afstanden tussen UV-lamp
- specimen en lens - specimen. Met behulp van deze
gegevens kunt u altijd een opstelling recreëren.
Wanneer de diafilm vol is laat hem
dan ontwikkelen maar vermeldt er duidelijk bij dat hij
NIET GESNEDEN mag worden. De automatische apparatuur
van het ontwikkelingslabo zoekt immers naar de zwarte
scheidslijn tussen de dia's. Vermits uw achtergrond
echter ook zwart is worden de dia's op goed geluk gesneden
door de domme machine. De derde wet van Murphy zegt
dat alle dia's goed gesneden worden behalve de best
gelukte.
Een alternatief dat vaak opduikt bij
de dia’s in publicaties is de gekleurde achtergrond.
Persoonlijk vind ik een zwarte achtergrond esthetischer
en hij geeft minder aanleiding tot distractie maar een
gekleurde achtergrond heeft één groot
voordeel. Bij gebruik van zwarte achtergronden moet
je zéér zuiver werken. Je lens moet absoluut
proper zijn en je moet een zéér goed,
niet fluorescerende UV-filter gebruiken. Zoniet vertonen
al je dia’s een grijsbruin waas. Gekleurde achtergronden
overschreeuwen dat waas gewoon, het is er nog wel maar
je ziet het niet meer. Het is m.i. echter héél
moeilijk om een geschikte kleur te vinden die past bij
de vaak monochroom aandoende kleuren van fluorescerende
mineralen.
Ook moet je een goede balans handhaven
tussen de lichtkracht van het specimen en die van de
achtergrond. En dat is noodzakelijk met het blote oog
te doen… Drie manieren zijn mogelijk:
- fluorescerend papier of karton achter
het specimen plaatsen. De sterkte van de achtergrond
kan je regelen door het papier of karton dichterbij
of verder weg te plaatsen van de UV-bron.
- eerst de dia belichten (onderbelichten)
met een egaal gekleurd vlak en er dan de foto van
het specimen overheen fotograferen.
- voor internet foto’s kan je de
achtergrond digitaal wijzigen.
Afdrukken
Afdrukken van dia’s zijn tegenwoordig
beter dan vroeger maar hoedt u voor een addertje onder
het gras: deze afdrukken worden automatisch gedaan door
een toestel dat voortdurend probeert de fotografische
blunders van toeristen recht te zetten. Dat toestel
staat afgesteld op gewone daglicht opnamen. Wanneer
het jouw vrij monochrome kleuren op een zwarte achtergrond
krijgt voorgeschoteld vindt het arme toestel dat maar
niks en gaat het proberen er een “goede”
foto van te maken. Het gaat dus kleur en verzadiging
forceren en zo wordt je rode calciet oranje en je groene
willemiet geel. Je vraagt dus best aan de winkelier
of hij manuele afdrukken wil laten maken. Die zijn duurder
maar stukken beter dan de automatische. Voor topkwaliteit
moet je een afdrukservice zijn maar dat kost je een
bom duiten.
Een tweede methode is duur maar geeft
schitterende resultaten. Schaf uzelf een vergroter aan,
een ontwikkelbad met thermostaat en een belichtingsmeter.
U kun nu met Ilford Cibachrome papier uw dia's zelf
afdrukken. U behoud volledige controle over de afdruk
en bent niet afhankelijk van een labo. U kan dan ook
een deel van een dia uitvergroten naar hartelust. Bijkomend
voordeel is dat de afdrukken lichtecht zijn. Zij verkleuren
niet onder invloed van het zonlicht hetgeen bij gewone
foto's wel het geval is. De prijs is echter een stevig
nadeel. De installatie is duur en het papier en de chemische
producten zijn ook niet gratis.
Negatieffilm wil ik ten stelligste
afraden. Ik heb nog nooit een geslaagd opname gezien
van een fluorescerend specimen dat met negatieffilm
is gemaakt. Wel afdrukken van dia’s maar nooit
van negatieven.
Het gebruik van kleurfilters
Indien geel fluorescerende mineralen
een duidelijke kleurverschuiving naar groen vertonen
op foto of dia, herneem dan de opname met een gele kleurfilter.
Lees de bijsluiter van het filter en pas de belichtingstijd
overeenkomstig aan. Probeer drie opnamen te maken met
stijgende filterwaarden. Vergeet niet dat de eigen kleur
van de filter ook een kleurverandering van het mineraal
met zich brengt!
Tips en trucs en nog van die dingen
- Reinig voor elke sessie grondig uw
lens en eventuele filter. Op die manier vermijdt u
dat het licht van uw fluorescerend mineraal in de
lens verstrooid wordt aan de stofdeeltjes die erop
vastkleven. Vooral bij intens stralende specimens
'contamineert' deze scattering de zwarte achtergrond.
Gebruik hiervoor echter alleen materiaal dat door
de fotohandelaar aanbevolen wordt ! Als u dit probeert
met een gewone doek spaart u wel 200 BEF uit maar
het kost u een lens.
- Toon zo nodig ook een foto van het
mineraal onder gewoon licht, zodat de kijker zich
kan oriënteren. U vermijdt zo dat de fluorescerende
gebieden slecht gecenterd lijken terwijl het specimen
toch mooi gekaderd is.

- Indien u, ondanks alle properheid,
toch nog last heeft van een verkleurde achtergrond
op uw foto's, koop dan enkele vellen gekleurd karton.
Test dit karton onder de UV-lamp en ga na of het niet
al te sterk fluoresceert. Indien de kartons min of
meer hun eigen kleur laten zien onder de lamp, betekent
dit dat ze zeer zwak fluoresceren. Plaats bij de volgende
opnamen uw specimen vlak voor dit karton of er bovenop.
De achtergrond kleurt op de opname dan minder sterk
dan het specimen maar overstemt de scattering volkomen.
Kies als achtergrondkleur bij voorkeur een neutraal
grijs of donkerblauw. Gebruik nooit dezelfde kleur
als die van het mineraal maar neutrale kleuren zoals
grijs, grijsblauw en onverzadigde tinten. Vermijd
felle kleuren.
- Laat dia's nooit snijden en negatieven
alleen als het niet anders kan. Zo voorkomt u geween
en tandengeknars !
- Gebruik nooit kit om kleine specimens
vast te zetten.
- Rook niet tijdens de opname. De rook
vormt een waas en de nicotine condenseert op alle
koude oppervlakken (lens, specimen) en fluoresceert
zelf groenbruin.
- Bij mineralen die zowel in korte als
lange golf fluoresceren maakt u de opname best bij
korte golf. De fluorescentie is meestal intenser en
de UV-filters zijn tegenwoordig beter in dat gebied.
- Voor het maken van de kompositie moet
u het mineraal zowel bij daglicht als bij UV-licht
in de zoeker bekijken. Het is immers alleen dat deel
van het specimen dat fluoresceert dat mee op de foto
staat. Dat deel moet dan ook gecentreerd staan.

- Wanneer een foto (bij afdruk van negatieven)
wel de juiste kleur heeft maar een groenig grijze
achtergrond i.p.v. een zwarte, en er is niet genoeg
definitie van het beeld, dan is uw foto onderbelicht.
U kunt dan meestal ook een korreligheid waarnemen.
Dit komt doordat de belichting van de afdruk 'geforceerd'
werd door het labo. Dit verschijnsel mag u in geen
geval verwarren met scattering (zie hoger).
- Sommige mineralen krijgt u nooit goed
qua kleur op de foto. Dit heeft een aantal oorzaken.
Bv. medium sterke en zwak geel of lichtblauw fluorescerende
specimens worden altijd groen weergegeven. Gebruik
in deze gevallen een filter van de juiste kleur (geelfilter
voor gele mineralen, blauwfilter voor blauwe).
- Bewaar uw films in een luchtdichte
verpakking in de koelkast, zeker als ze al belicht
zijn. U belast immers de capaciteiten van de kleuremulsie
tot het uiterste. Laat tijdens de zomermaanden ook
geen gedeeltelijk belichte film in uw toestel zitten
gedurende weken. Gebruik ook films van 24 opnamen
indien u niet aan een stuk door wenst te fotograferen.
Belichte foto's en dia's moeten zo snel mogelijk ontwikkeld
worden.
- Filmemulsies zijn altijd veel gevoeliger
voor rood dan voor blauw. Het kan gebeuren dat zeer
intens blauw fluorescerend fluoriet een langere belichtingstijd
vraagt dan zwak rood fluorescerende robijn. Het is
om deze reden dat u ook steeds drie opnamen met steeds
verdubbelde belichtingstijd moet maken ! Zo vermijdt
u dat uw ogen u bedriegen.

|