|
Recensie...
Strunz Mineralogical Tables.
Ninth Edition
Hugo Strunz, Ernest
Nickel
E.Schweizerbart'sche Verlagsbuchhandlung, 2001
9de editie. pp. X, 870 , 262 figuren, 24x17cm
ISBN 3-510-65188-X, prijsindicatie € 148.-
Reeds jaren zitten de systematische mineralenverzamelaars
te wachten op de nieuwe editie van de “Mineralogische
Tabellen” van Hugo Strunz. En eindelijk is het
zover, de negende druk (deze keer in het Engels) is
net verschenen. Deze nieuwe uitgave is geheel herzien,
up-to-date gebracht en bevat een groot aantal nieuwe
mineralensoorten en nieuwe gegevens met betrekking tot
reeds eerder beschreven species.
Om de mineralensoorten te ordenen maakt Strunz in zijn
“Mineralogische Tabellen” gebruik van een
systeem dat gebaseerd is op de chemische samenstelling
en de kristalstructuur van iedere mineralensoort. Het
principe is vergelijkbaar met dat van de vorige uitgaven.
Alle mineralen worden op basis van hun voornaamste anionen
in tien klassen ondergebracht. Elk van deze tien klassen
wordt verder opgesplitst in afdelingen, onderafdelingen
en groepen, gebaseerd op chemische samenstelling en
kristalstructuur.
Aan de verschillende mineralengroepen is deze keer
een alfanumerieke code gekoppeld. Deze code bevat bewust
aangebrachte openingen om eventueel nog nieuw te ontdekken
mineralengroepen aan het systeem te kunnen toevoegen
zonder het hele nummeringsysteem te moeten herzien.
De code bestaat uit een cijfer (van 1 tot 10) dat de
klasse aanduidt. Dan staan er twee letters die de opsplitsing
in afdelingen en onderafdelingen aangeven, gevolgd door
een tweecijfer code voor de groep waartoe een mineraal
behoort. Bijvoorbeeld de cryolietgroep heeft als code:
3.CB.15; 3 slaat op halogeniden, C op complexe halogeniden,
B op de neso-aluminofluoriden en het cijfer 15 duidt
tenslotte de cryolietgroep aan. De species binnen een
groep (in dit geval cryoliet, beta-cryoliet en elpasoliet)
kregen geen afzonderlijke code mee.
Iedere mineralengroep wordt voorafgegaan door een korte
beschrijving met betrekking tot de kristalstructuur
van de mineralen die tot die groep behoren. Van de voornaamste
structuurtypes zijn afbeeldingen voorhanden. Voor de
kristalstructuurafbeeldingen (die geheel herzien zijn
t.o.v. de vorige uitgaven) maakt de auteur gebruik van
bol-en-staafjes-modellen en van polyedermodellen. Deze
laatste soort modellen laat duidelijk het belang van
anionische groepen in de kristalstructuur tot zijn recht
komen.
De gegevens van iedere mineralensoort zijn in tabelvorm
aangebracht. Naast de naam van het mineraal staat de
chemische formule, gevolgd door het kristalstelsel,
de ruimtegroep, de celparameters en de celinhoud. De
naam van de eerstbeschrijver(s) inclusief het jaartal
staat onder de mineraalnaam afgedrukt. Verder wordt
gerefereerd naar literatuurgegevens met betrekking tot
kristalstructuuropheldering en recente beschrijvende
teksten. Opvallend is de grote hoeveelheid aan nieuwe
referenties (meestal m.b.t. kristalstructuuropheldering).
Door de tijdschriften waarnaar gerefereerd wordt een
code mee te geven (vooraan in het boek vermeld), heeft
men deze referenties op en zeer beknopte en onopvallende
manier kunnen weergeven.
De auteur houdt vast aan de door hem ontworpen, reeds
in de eerste uitgave van 1941 gebruikte, schrijfwijze
van chemische formules van mineralen. Volgens zijn notatie
worden ondergeschikte anionen (zoals O en OH) vóór
de complexe anionen geschreven en beide door een recht
streepje van elkaar gescheiden. Wanneer een kation verschillende
valenties heeft, dan wordt dat ook vermeld.
De commentaren die in vorige uitgaven na een mineralengroep
werden gegeven met betrekking tot variëteiten en
chemische analyses, zijn vervallen. Namen van variëteiten
worden enkel nog in de index vermeld, evenals de oudere
Duitse benamingen die in vorige (Duitstalige) uitgaven
nog gebruikt werden.
Wanneer men het huidige systeem vergelijkt met dat
in de vorige uitgaven, dan valt in eerste instantie
op dat er nu 10 klassen zijn i.p.v. 9. Dat komt omdat
de auteur de boraten in een aparte klasse heeft ondergebracht.
Overigens is de indeling van de boraten op zich ook
grondig gewijzigd. Verdere verschillen zijn in enkele
afdelingen terug te vinden. Zo zijn de eenvoudige halogeniden
opgesplitst in een afdeling zonder en een met kristalwater.
In de klasse van de oxiden zijn de hydroxiden opgesplitst
in een afdeling van hydroxiden zonder U of V en in een
afdeling met uranylhydroxiden terwijl er verder nog
een afdeling vanadaten en een met jodaten is bijgekomen.
Bij de sulfaten zijn er nieuwe afdelingen voor uranylsulfaten,
-molybdaten en -wolframaten. Een gelijkaardige wijziging
heeft Strunz ook doorgevoerd bij de fosfaten met UO2-kationen.
Bij de silicaten zijn de neso-subsilicaten opgeheven
en bij de organische verbindingen zijn de harsen vervangen
door de term "diverse organische mineralen".
Waar in de vorige uitgaven een aantal mineralen zonder
veel commentaar in een bepaalde groep werden onderverdeeld,
wordt in deze uitgave iedere groep door een korte commentaar
met betrekking tot de structuur van de vermelde mineralensoorten
voorafgegaan. Toch blijft het zo dat men in een aantal
gevallen de kristalstructuurgegevens er zal moeten bij
nemen om echt te begrijpen waarom sommige mineralen
in één groep terecht kwamen. Er zijn in
deze uitgave meer dan dubbel zoveel soorten beschreven
dan in de uitgave van 1970. Veel mineralen werden in
nieuwe groepen ondergebracht en de auteur was ook genoodzaakt
om heel wat mineralen als een afzonderlijke soort (die
dus niet in de een of andere groep thuishoort) te catalogeren.
Er is overigens aardig over en weer geschoven tussen
bepaalde mineralengroepjes. Alles heeft natuurlijk te
maken met nieuwe kristalstructuurgegevens en men kan
gerust zeggen dat niet één groep er van
gespaard is gebleven. Het instituut, het museum of de
systematische mineralenverzamelaar die zijn collectie
volgens het systeem van Strunz heeft gerangschikt zal
in zijn verzameling hier en daar wat mineralen moeten
verleggen.
Het werk van de ondertussen reeds 92-jarige Prof. Strunz
blijft een meesterwerk dat de 20ste eeuw heeft getrotseerd
en het ziet er zo naar uit dat hij met dit boek weer
een nieuwe klassieker heeft neergezet. Het is een fraai
uitgegeven werk met een duidelijk lettertype gedrukt
op stevig en aangenaam aanvoelend papier. Voor de serieuze
verzamelaar zonder meer onmisbaar.
Paul Tambuyser

|