|
Recensie...
"Mineralen herkennen"
in Geonieuws 28(5), mei 2003,
Rik Dillen
Het herkennen en determineren van mineralen is een van
de basisproblemen van elke beginnende (en in feite ook
gevorderde) verzamelaar. De MKA-uitgave "Zelf mineralen
determineren" van Paul Tambuyser dateert al van
1982, en Paul vatte de idee op om nu een boek uit te
geven met een veel ruimere scope, dat als cursus en
naslagwerk kan dienen voor de beginnende en gemiddelde
verzamelaar met een minimale voorkennis van scheikunde
en natuurkunde (niveau middelbaar onderwijs).
Dit is nog steeds het enige Nederlandstalige
werk in zijn soort. Een belangrijke verdienste is dat
het niet een opsomming is geworden van eigenschappen
van mineralen, maar dat voor elke eigenschap haarfijn
de wetenschappelijke achtergrond op een eenvoudige manier
wordt uitgelegd. Wie die eigenschappen goed begrijpt
zal er veel meer mee kunnen doen. De auteur gaat uit
van een basis-referentieverzameling van een 130-tal
mineraalsoorten die je op het einde van de cursus zeker
zult leren herkennen.
In het hoofdstuk over het ontstaan van
mineralen wordt de geologische context beschreven. Dan
wordt de chemie onder handen genomen en leer je o.a.
hoe je de chemische formule van een mineraal moet lezen.
Met de kennis van de chemie op zak kun je nu veel meer
begrijpen over de interne structuur van kristallen die
in een volgend hoofdstuk wordt behandeld. Er worden
vervolgens niet minder dan twee uitgebreide hoofdstukken
aan de morfologie van kristallen gewijd. Je leert alle
mogelijke kristallografische termen, die voor beginners
vaak als Chinees in de oren klinken, spelenderwijs op
de juiste manier gebruiken. Maar je leert ook de morfologische
kenmerken, die uit de structurele eigenschappen voortvloeien,
gebruiken om een mineraal te herkennen of te determineren.
Dit is dus eindelijk een boek waar de kristallografie
op een begrijpelijke manier wordt gebracht.
Al gauw weet je zelfs de dichtheid van
een mineraal te schatten op basis van de chemische formule.
Een apart hoofdstuk is gewijd aan de optische kenmerken.
Je leert natuurlijk ook allerlei trucjes om de scheikundige
samenstelling van je zelf gevonden mineraal kwalitatief
te bepalen met eenvoudige hulpmiddelen. Het hoofdstuk
over mineralensystematiek toont het verband aan tussen
mineralen die chemisch met elkaar verwant zijn, en vooral
de classificatiesystemen van Strunz en Dana worden uitgelegd.
De auteur spoort de lezer er toe aan om een kleine systematische
referentieverzameling aan te leggen en geeft een lijst
van een 130-tal mineralen die in een dergelijke verzameling
thuishoren.
Hoewel niemand van ons thuis over de
nodige apparatuur beschikt, worden bij wijze van informatie
toch de allerbelangrijkste instrumentele technieken
voor het determineren van mineralen uit de doeken gedaan:
rasterelektronenmicroscopie met X-stralenanalyse, en
X-stralendiffractometrie. Het is inderdaad voor de mineralenliefhebber
van belang om inzicht te hebben in de mogelijkheden
en beperkingen van de middelen die de mineraloog ter
beschikking heeft. Het zal in ieder geval de dialoog
tussen beiden verbeteren.
En dan belanden we bij het gestelde doel: het zelf herkennen
van ten minste 130 mineralen. Dat kan met de kennis
die je in vorige hoofdstukken hebt opgedaan, maar tevens
aan de hand van hiërarchische determinatietabellen.
Determinatietabellen gebruiken om te leren herkennen
klinkt misschien wel even vreemd in de oren. Toch is
het niet zo'n gek idee om de eigenschappen van zelfs
bekende specimens uit je eigen verzameling te gaan bepalen
en via de determinatietabellen te controleren.
In de determinatietabellen zoekt men
verschillende criteria op, waarbij het meeste belang
gehecht wordt aan de parameters die het meest constant
zijn over alle variëteiten en herkomsten van een
mineraal, namelijk de glans. Dan volgt de (streep-)kleur,
de hardheid en de splijting. Ideaal is natuurlijk mineralen
leren herkennen in begeleide oefensessies, maar dit
boek heeft zijn waarde als zelfstudie-boek én
naslagwerk.
Voor de grap heb ik een klein testje,
een soort mini-examentje opgesteld. Het is de bedoeling
dat je de vragen beantwoordt zonder boek of ander hulpmiddel.
De noodzaak om je bij te scholen in het herkennen van
mineralen is omgekeerd evenredig met de behaalde score.
De juiste antwoorden en commentaar bij de behaalde score
vind je op een volgende bladzijde... nee... niet eerst
gaan kijken !
Test je basiskennis van mineralogie
- Een mineraal is een chemische verbinding die in
de natuur is gevormd
a) waar b) de halve waarheid c) niet waar
- De Duitse term "Zinkblüte" staat
voor
a) sfaleriet b) hemimorfiet c) hydrozinciet
- Uit welke drie hoofdmineralen (mineralengroepen)
bestaat graniet ?
- Waarom is diamant veel harder dan grafiet ?
- Noem drie polymorfen van TiO2
- Bedenk een mineraal met een 5-tallige symmetrie-as
- Welk kristalstelsel heeft de laagste symmetrie
a) kubisch b) monoklien c) triklien
- Hoeveel vlakken heeft een trapezoëder ?
- Komt een pinacoïd voor in een kubisch kristal
?
- Wat is een isometrisch kristal ?
- Beschrijf een botryoidaal aggregaat.
- Wat is het verschil tussen fluorescentie en fosforescentie
?
- Welk mineraal is het hardst, kwarts of apatiet
?
- Vertoont fluoriet een kubische of een octaëdrische
splijting ?
- Wat is het verschil tussen de dichtheid en het
soortelijk gewicht ?
- Bevat hematiet, Fe2O3, meer ijzer dan zuurstof,
uitgedrukt in gewichtsprocent, of meer zuurstof dan
ijzer ?
- Is marmer, dat bijna helemaal uit calciet bestaat,
a) een dieptegesteente b) een metamorf gesteente c)
een sedimentair gesteente ?
- Hoeveel vlakken heeft een rhomboëder ?
- Welke mineralengroep maakt in gewicht meer dan
de helft uit van de aardkorst ?
- Wat betekent in het verzamelaars-jargon "XX"
en "XL" ?
Test je basiskennis van mineralogie : de juiste
antwoorden
Rik Dillen
terug naar "Mineralen
Herkennen"

|